Nooit meer een Elfstedentocht

In 1986 was ik in Friesland voor de Elfstedentocht. School moest maar een dagje wachten. Het was koud, maar volgens bejaarden niet te vergelijken met tochten waar zij vroeger foto’s van hadden gezien. Tenslotte trok in hun tijd niet half Nederland naar het Noorden om schaatsers aan te moedigen. Als er al iets op TV kwam, stond  iedereen alledaags te bikkelen in de fabriek. Toch heb ik fijne herinneringen aan die statistisch zware Elfstedentocht, en daarom hoop ik dat de tocht nooit meer gereden wordt. (1979 was een makkie hoor ik altijd, dus die vergeten we gemakshalve. Geschrapt uit de historie.)

De tocht van 2012 wordt één grote deceptie. Over de uitzendrechten wordt al met bankgaranties in de hand geruzied tussen de NOS en de commerciële omroepen. Wordt het Mart Smeets of Yolanthe aan de finish? In beide gevallen wordt de kleine sociale verslaggeving bij de stempelposten door een coryfee uit de stal van Sterren.nl verzorgd. Om de 100 meter zal een podium worden geplaatst waar Veronica de uitgekauwde hits van de 80′s en 90′s over het ijs laat schallen. Want daar houden de mensen van, vinden ze bij Veronica. Het geluid van krassende ijzers hoeven we niet te horen. Daar verdient niemand brood aan. Rob Geus gaat bij de kluunplaatsen de aangekoekte resten in de schaatsbeschermers aan ons tonen. “Elke dag effe die rubbertjes schoonmaken, hè? En altijd goed je handen wassen!”

Gordon en Gerard Joling worden met een helikopter van stad naar stad gevlogen. Verwacht vooral  veel grappen over voorovergebogen mannen in strakke pakken. Enfin, je kent het wel. Het zal niemand opvallen dat iedereen grote wolken condens uitblaast, behalve Geer en Goor. Mij wel. Ik ken hun geheim. Wél zal de volgende dag voorop De Telegraaf staan dat zowel Marco Borsato, Tineke Schouten als Jan Smit bijna dood waren. Waarom weet niemand. 2 miljoen mensen zijn naar Leeuwarden getrokken, en zo’n doelgroep kan een gemene producent niet weerstaan.

En daarom wil ik dit jaar géén Elfstedentocht. En liefst nooit meer. Het zal allemaal wel meevallen, zul je misschien zeggen? Zo’n commercieel circus zal het toch niet worden? Alleen als de tocht der tochten deze winter tóch gereden wordt, zullen we dat weten. En om mijn gelijk te halen, moet er dus een tocht komen. In deze heb ik liever niet mijn gelijk. Nooit meer een Elfstedentocht graag.

Meneer Eiffel is een moordenaar

Soms mogen mensen elkaar niet. Niets aan te doen. Gewoon doorgaan met je leven, liefst zo ver mogelijk langs elkaar heen. Maar soms lukt dat niet. Soms lopen levens parallel. Soms ontmoet je elkaar vaker dan je lief is.

Van kennissen kreeg mijn dochter een replica van de Eiffeltoren. Nog geen 5 centimeter hoog, maar het ding heeft nu al een reputatie. Een geduchte reputatie zelfs. Ik vraag mij af of meneer Eiffel ooit heeft geweten wat zijn ontwerp aanricht als het niet toeristisch staat te zijn midden in een stad, maar slechts 5 centimeter hoog over de woonkamervloer slingert. Hoe vaak ben ik ‘s nachts al niet van werk of uitgaan thuis gekomen om vervolgens mijn blote voet over het miniatuurtje heen te draperen? Te vaak.

Rechtopstaand is hij dodelijk. Dat spreekt voor zich. 5 centimeter dodelijk staal voor je voetzool. Maar ook als het Eiffeltorentje op zijn kant ligt is het een moordwapen. Heb je dus mensen in je omgeving die je iets minder aardig vindt dan andere mensen? Hebben ze kinderen? Geef die kleine belhamels een replica van de Eiffeltoren. Daar hebben ze nog lang plezier van. En jij ook.

Zeuren vs. mopperen

Mensen vinden dat ik zeur. Maar dat is helemaal niet waar. Ik mopper. Op hoog niveau zelfs. Mensen hoeven mij niet te vertellen dat ik mopper. Ik mopper hard genoeg om het zelf ook te horen. Ik mopper uit vrije wil. Mopperen is een keuze, en voor mij een hele bewuste. Meer dan andere mensen heb ik reden om te mopperen. Sterker nog: andere mensen ZIJN voor mij vaak de reden om te mopperen. En vooral mensen die zeggen dat ik mopper.

Eigen schuld dus. Ik heb een prachtig leven. Ik heb een droomvrouw, twee schatten van kinderen en op mijn C.V. prijken momenteel 3 beroepen die ik altijd als onbereikbaar heb gezien. Tegelijkertijd. Dat is niet mis, zeg nou zelf? Geen reden om te mopperen dus. Mijn ouders leven nog. Mijn schoonouders leven nog. De hele familie leeft eigenlijk nog, en ze worden stuk voor stuk stokoud. Niets aan het handje dus. En totaal niets om over te mopperen. Maar wat niet mág is nu juist zo leuk. Dus mopper ik. Van harte. En nog heel lang. Wen er maar aan.