Een weekje Orbital

De nieuwe Orbital-langspeler komt er bij mij niet in, net als de rest van hun materiaal. Dat is opmerkelijk, want het afgelopen decennium zat ik al vliegtuigtickets te boeken als de broertjes Hartnoll mededeelden dat ze op een voor mij haalbare locatie hun apparatuur gingen uitladen. Orbital is niet op geluidsdragers te vangen. Orbital moet je live zien. Vrijdag nam ik twee novices mee naar De Melkweg. De Satanskerk die Orbital is, heeft er weer twee devote leden bij. In december gaan de nieuw-ingewijden mee naar de najaarstour in Engeland. Maar mijn verhaal begint al een paar dagen eerder. In het stadje Cambridge.

Tweede Paasdag stond Orbital in de Corn Exchange in de Britse universiteitsstad. Temidden van het sprookjesachtige stadje dat Cambridge is, valt de Berlage-achtige zaal nauwelijks op. Slechts de aanwezigheid van twee verlengde opleggers in het krappe straatje verraadt dat hier iets gaat plaatsvinden. Stipt 21.00 uur flitsen binnen de enorme Stealth LED-schermen aan, komen van links 2 paar lampjes het podium oplopen en barst de zaal los in een collectief juichen. Tot dat moment was ik in gesprek met een overenthousiaste eindveertiger die mij heeft toevertrouwd dat hij nog iedere vrijdagavond in de voorkamer danst met zijn lovely wife Lisa. Niet alleen op Orbital, maar ook op donkere Dubstep. Zonder vocalen. Ik ben jaloers. Mijn vrouw werpt mij slechts onheilspellende blikken toe als ik dergelijke muziek in de huiskamer durf op te zetten.

‘s Middags heb ik in het hostel al kennis gemaakt met een Maleisische fan, die nu eindelijk zijn helden live gaat zien. En ik maar denken dat ík gek was met mijn uitstapjes vanuit Amsterdam naar landen als Engeland en België. Tegen Maleisië kan ik niet op. Maar ik begrijp zijn bereidheid om te reizen voor Orbital. Ik zou ook willen inchecken voor de gigs die de band deze zomer gaat doen aan de andere kant van de wereld. Maar zowel mijn werkgever als de Staatsloterij werken in deze niet mee. Ik moet het doen met Cambridge en Londen. Helaas laat het geluid in de Corn Exchange te wensen over. Of het de technicus is of de zaal weet ik niet, maar de hoge tonen tarten regelmatig mijn gevoelige trommelvliezen. De technicus van dienst kijkt echter trots om zich heen. Toch weet de show een prima indruk achter te laten. En dat zonder klassiekers als ‘Satan’ en ‘Doctor?’ op de setlist.

In interviews hebben de broers aangegeven de nieuwe plaat te hebben geschreven met de liveshows in het achterhoofd. Of beter nog, het voorhoofd. De digitale registratie staat duidelijk op het tweede plan. Bij Orbital draait alles om de indruk die ze live maken. Fans die ik spreek zijn de band vrijwel allemaal een keer ‘per ongeluk’ tegengekomen op een festival, en zijn daarna voor altijd fan gebleven. Zo werken de duivelse broers. ‘Beelzedub’ en titeltrack ‘Wonky’ zijn duidelijk de nieuwe uithangbordjes van het live-repertoire, en laten horen dat de broers ook nog wel eens buiten hun studio verkeren. De zware Dubstep- en Drum & Bass-invloeden die ‘Beelzedub’ tezamen smeden zijn actueel, tijdloos en dagen tegelijkertijd de man van de visuals en het licht uit. ‘Wonky’ is een track die moeiteloos door Busta Rhymes ingezongen zou kunnen zijn, maar is met minstens evenveel woede de microfoon in gekrijst door de voor mij totaal onbekende MC Lady Leshurr. Maar wie kende Allison Goldfrapp, toen ze in 1994 de vocalen in stond te zingen voor ‘Snivilisation’?

De volgende dag staat Londen op het reisschema. De Royal Albert Hall spreekt uiteraard op zich al tot de verbeelding. Ik was er één keer eerder voor een DMC-conventie waar Heaven 17 plotseling de surprise act bleek. Ik had er dus al eens duizenden mensen bezeten horen gillen. Bij het voorprogramma, verzorgd door de weinig inspirerende Japanese Popstars, bleek al dat het geluid hier zoveel beter in orde was. Het systeem was enorm hoog boven het podium ingehangen in de vorm van 5 line arrays die de hele koepelzaal, bestaande uit zes etages, bestreken. De bassen wisten hun weg door de houten zaalvloer te vinden naar mijn knieën. Toen na een minuut van openingsnummer ‘One Big Moment’ de subs echt aan het werk moesten, was de verovering van de zaal een feit. Als dat al niet eerder het geval was. Als melodieën van klassiekers zich openbaren, draait het licht het dak van de enorme zaal in. Tot in de bovenste galerij staan mensen met hun armen in de lucht te zwaaien. De ravers van weleer zijn duidelijk in gedachten terug op de illegale raves van toen. En dat alles in één van de meest gedistingeerde concertzalen van de wereld, waar doorgaans tenoren en klassieke orkesten van wereldniveau spelen. Orbital past daartussen.

Alles gaat back-to-basics als Orbital 3 dagen later Amsterdam heeft gevonden. De Melkweg is ruim uitverkocht, maar het aantal bezoekers staat natuurlijk niet in verhouding tot Londen een paar dagen eerder, om over de zaal maar niet te beginnen. De grote LED-schermen van Orbital verdwijnen grotendeels achter de vaste lichtinstallatie van de zaal die zichzelf zo overmoedig The Maxx noemt. De enorme batterij bewegend licht die in Londen nog van boven de beeldschermen de zaal doorkliefde is in zijn geheel in de trucks gebleven. Gelukkig is het geluid wél in orde, althans… voor De Melkweg. De eigen technici van Orbital zijn mee en vooral de bassen en hoge tonen klinken strak. Helaas mist er iets in het mid, waardoor subtiele en voor Orbital zo belangrijke melodielijnen vaak verre van hoorbaar zijn. Daarbij lijkt de compressor overuren te draaien. Het jonge Amsterdamse publiek ziet daar echt geen probleem in. De band heeft er duidelijk óók zin in. Het is de laatste show van deze tour. Vaker dan ooit tevoren klinkt een bescheiden ‘thank you’ door de microfoon die ver in de batterij synthesizers en iPads (5!) is verstopt, en het klinkt gemeend. De terugkeer van Orbital op Nederlandse bodem is een feit en een overwinning. Ook in De Melkweg gaat het gerucht rond dat Orbital dit jaar op Lowlands staat. Het zou een terechte beloning zijn voor de twee mannen die mede aan de basis stonden van al het elektronische geweld dat Lowlands in haar bestaan over het voetlicht bracht. Het wordt een drukke zomer voor de heren. In mijn mailbox liggen nu al de kaartjes voor Oxford en London in december. De voorpret gaat altijd door. Orbital hopelijk ook.

Nooit meer een Elfstedentocht

In 1986 was ik in Friesland voor de Elfstedentocht. School moest maar een dagje wachten. Het was koud, maar volgens bejaarden niet te vergelijken met tochten waar zij vroeger foto’s van hadden gezien. Tenslotte trok in hun tijd niet half Nederland naar het Noorden om schaatsers aan te moedigen. Als er al iets op TV kwam, stond  iedereen alledaags te bikkelen in de fabriek. Toch heb ik fijne herinneringen aan die statistisch zware Elfstedentocht, en daarom hoop ik dat de tocht nooit meer gereden wordt. (1979 was een makkie hoor ik altijd, dus die vergeten we gemakshalve. Geschrapt uit de historie.)

De tocht van 2012 wordt één grote deceptie. Over de uitzendrechten wordt al met bankgaranties in de hand geruzied tussen de NOS en de commerciële omroepen. Wordt het Mart Smeets of Yolanthe aan de finish? In beide gevallen wordt de kleine sociale verslaggeving bij de stempelposten door een coryfee uit de stal van Sterren.nl verzorgd. Om de 100 meter zal een podium worden geplaatst waar Veronica de uitgekauwde hits van de 80′s en 90′s over het ijs laat schallen. Want daar houden de mensen van, vinden ze bij Veronica. Het geluid van krassende ijzers hoeven we niet te horen. Daar verdient niemand brood aan. Rob Geus gaat bij de kluunplaatsen de aangekoekte resten in de schaatsbeschermers aan ons tonen. “Elke dag effe die rubbertjes schoonmaken, hè? En altijd goed je handen wassen!”

Gordon en Gerard Joling worden met een helikopter van stad naar stad gevlogen. Verwacht vooral  veel grappen over voorovergebogen mannen in strakke pakken. Enfin, je kent het wel. Het zal niemand opvallen dat iedereen grote wolken condens uitblaast, behalve Geer en Goor. Mij wel. Ik ken hun geheim. Wél zal de volgende dag voorop De Telegraaf staan dat zowel Marco Borsato, Tineke Schouten als Jan Smit bijna dood waren. Waarom weet niemand. 2 miljoen mensen zijn naar Leeuwarden getrokken, en zo’n doelgroep kan een gemene producent niet weerstaan.

En daarom wil ik dit jaar géén Elfstedentocht. En liefst nooit meer. Het zal allemaal wel meevallen, zul je misschien zeggen? Zo’n commercieel circus zal het toch niet worden? Alleen als de tocht der tochten deze winter tóch gereden wordt, zullen we dat weten. En om mijn gelijk te halen, moet er dus een tocht komen. In deze heb ik liever niet mijn gelijk. Nooit meer een Elfstedentocht graag.

Meneer Eiffel is een moordenaar

Soms mogen mensen elkaar niet. Niets aan te doen. Gewoon doorgaan met je leven, liefst zo ver mogelijk langs elkaar heen. Maar soms lukt dat niet. Soms lopen levens parallel. Soms ontmoet je elkaar vaker dan je lief is.

Van kennissen kreeg mijn dochter een replica van de Eiffeltoren. Nog geen 5 centimeter hoog, maar het ding heeft nu al een reputatie. Een geduchte reputatie zelfs. Ik vraag mij af of meneer Eiffel ooit heeft geweten wat zijn ontwerp aanricht als het niet toeristisch staat te zijn midden in een stad, maar slechts 5 centimeter hoog over de woonkamervloer slingert. Hoe vaak ben ik ‘s nachts al niet van werk of uitgaan thuis gekomen om vervolgens mijn blote voet over het miniatuurtje heen te draperen? Te vaak.

Rechtopstaand is hij dodelijk. Dat spreekt voor zich. 5 centimeter dodelijk staal voor je voetzool. Maar ook als het Eiffeltorentje op zijn kant ligt is het een moordwapen. Heb je dus mensen in je omgeving die je iets minder aardig vindt dan andere mensen? Hebben ze kinderen? Geef die kleine belhamels een replica van de Eiffeltoren. Daar hebben ze nog lang plezier van. En jij ook.